“Een wijn moet het gebied weerspiegelen waar hij vandaan komt — ook als dat soms niet strookt met de heersende mode. Want: modes vergaan, de wijnstokken blijven.”
Zo vat kelmeester Erwin Carli samen waar Kellerei Kurtatsch op koerst. Het gebied waarover hij spreekt, is uniek in Europa: nergens anders wordt binnen één gemeente wijnbouw bedreven met zo’n groot hoogteverschil — van 220 tot 900 meter, over de steile flanken rond het dorp Kurtatsch aan de Zuid-Tiroolse Weinstrasse.
Op 13 mei 1900 sloten tweeënveertig wijnboeren zich aaneen om zich op eigen kracht op de markt staande te houden; in 2025 vierde de kelderij haar 125-jarig bestaan. Vandaag bewerken 190 ledenfamilies samen 190 hectare wijngaard. Zij zijn ook de eigenaren van het huis, met Andreas Kofler als president. Carli werkte er sinds 2013 als agronoom en adjunct-oenoloog voordat hij Othmar Donà opvolgde, die de stijl van Kurtatsch dertig jaar lang bepaalde; 2024 is de eerste jaargang die volledig onder zijn hand tot stand kwam.
Dat hoogteverschil is hier geen anekdote maar het ordenend principe. Onderaan, in het warme Brenntal op 220 tot 300 meter, gedijen op rode zandleem de Merlot en de Bordeauxdruiven. Hoger op de berg — Mazon, Penon, Hofstatt, Kofl, Glen — liggen de percelen op doorlatende dolomiet- en kalkbodems, waar Pinot Bianco, Sauvignon Blanc en Chardonnay hun spanning en mineraliteit vandaan halen. Op Graun, tussen 800 en 900 meter, wordt een maand later geoogst dan in het dal.
Het resultaat is een assortiment dat zich niet in één stijl laat vangen, en dat ook niet wil. Negen wijnen komen uit acht afzonderlijke lagen, en elke wijn draagt de naam van zijn herkomst: de witte wijnen fris, precies en zonder opsmuk, de Riserva’s uit de lage lagen rijp en gestructureerd. Wie het volledige hoogteprofiel van deze gemeente wil proeven, kan bij dit ene huis terecht.