De tweede Riserva die dit huis ooit maakte, uit het vijfsterrenjaar 2006, en dan ook nog in magnum. Wij hebben er twee — elders is hij nergens meer te vinden.
Diep granaatrood, inmiddels met duidelijke bakstenen randen. De neus verenigt dichtheid en frisheid: zwarte bes en pruim vooraan, daarachter tabak, leer en een dierlijke, bijna wildbraadachtige toon, met balsamieke kruiden en drop. In de mond toont de wijn concentratie en kracht, maar zonder zwaarte — er zit een elegantie in die deze jaargang in Montalcino kenmerkt. De tannines zijn volledig opgelost en de afdronk is opmerkelijk in evenwicht en van grote lengte. Uit magnum staat hij nog verrassend fris voor zijn leeftijd en heeft hij nog jaren. Rond 18 graden, zonder karaf, en neem er de tijd voor. Wij hebben er twee.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Riserva bestaat pas vijf keer: 2004, 2006, 2011, 2015 en 2019. Hij wordt uitsluitend gemaakt wanneer de wijngaard er zelf om vraagt, komt van Le Prata — het hoogste perceel, op 507 meter — en rijpt circa vijftig maanden in één enkel vat van dertig hectoliter Slavonisch eiken, gevolgd door ruim een jaar op fles.
2006 kreeg vijf sterren van het Consorzio. Twintig jaar later is deze magnum daarvan het bewijs.