De nieuwste oogst en meteen een van de hoogst gewaardeerde ooit van dit huis: Vinous gaf 98 punten. Gedroogde rozen, zwarte kers, cederstof en salie, nog jeugdig opgerold.
Diep robijnrood met paarse weerschijn aan de rand. De neus is nog gesloten en vraagt om zwenken; dan komen gedroogde viooltjes en rozen, zwarte kers en zwarte bes, cederstof, salie en een rokerige, bijna houtskoolachtige ondertoon. In de mond is de wijn vollediger en geconcentreerder dan de meeste jaargangen van dit huis, met fluweelzachte textuur, wilde aardbei en een fijne citruskant die de rijpheid optilt. De tannines zijn nog strak maar bewegen zichtbaar richting zijde. De afdronk is dicht, kruidig en zeer lang. Drinkvenster 2028 tot 2043. Karafferen is nu geen luxe maar noodzaak. Wie hem nu opent, proeft vooral belofte.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van ruim veertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door ruim drie jaar in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd. Le Prata en La Torre rijpen apart en komen pas bij botteling samen.
Het Consorzio waardeerde 2021 met vier sterren. De critici waren royaler.