Eén magnum van een vijfsterrenjaar met Vinous 97 punten. Elegant en gepolijst, met 13,5 procent alcohol — een Brunello die het van finesse moet hebben, niet van kracht.
Prachtig robijnrood, helder en glanzend. De neus is donker verleidelijk: bloemig kreupelhout, versleten leer en salie, dan geplette aardbei en herfstige specerijen, met vermalen steen en geperste viooltjes. In de mond strak en gepolijst, met sappige, bijna zoutige tannines en een kruidige zuurgraad die alles rechtop houdt; met 13,5 procent alcohol blijft de wijn licht op de voeten. Uit magnum staat hij merkbaar jonger dan uit fles en houdt hij zijn fruit dichter tegen de borst. Vanaf 2030 op zijn best en dan tot ver in de jaren veertig. Karafferen, ruim. Mooi bij gebraden lam, eendenborst of een risotto met truffel.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van ruim veertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door tweeënveertig maanden in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd.
2020 was het jaar van de lockdown. De familie verzorgde de wijngaarden met de hand tot ze er volgens de producent bij lagen als tuinen.