Uit een jaar van uitersten — nachtvorst in april, droogte de hele zomer — dat de hoogte van deze wijngaarden juist liet uitkomen. Wine Enthusiast gaf 97 punten.
Helder robijnrood met granaatrode reflecties. De neus is uitgesproken en fris voor het jaar: geplette munt en geperste roos, geparfumeerd bosfruit, viooltjes en officinale kruiden, met daaronder zoete rook en kruidnagel. In de mond is de wijn strak en precies, met stoffige zwarte kers, een zure citruskant en een fluweelzachte tannische structuur die het geheel draagt zonder te domineren. De frisheid is opvallend voor een droogtejaar en verraadt de hoogte van de wijngaarden. De afdronk is complex en aanhoudend. Drinkvenster 2025 tot 2032, dus nu precies goed. Rond 18 graden, na een uur karafferen. Mooi bij gebraden lam met rozemarijn of een schotel met truffel.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van dertig tot vijfendertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door veertig maanden in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd.
De hoogte is hier geen bijzaak. Drie hectare liggen op 507 meter, uitzonderlijk voor Montalcino, en juist in een heet jaar als 2017 is dat het verschil.