Het moeilijkste jaar van het decennium — drie sterren van het Consorzio — en juist daarom interessant: Robert Parker gaf deze wijn 92 punten. Slank, gespannen en zuiver.
Helder robijnrood met karmijnen reflecties en een granaatrode rand. De neus is ingetogen en heeft lucht nodig; dan komen wilde bessen en bosbes, bittere amandel, drop en gedroogde rozenblaadjes, met een milde rook- of asachtige toets eronder. In de mond is de wijn uitgesproken slank en strak — "extremely streamlined and tight", schreef Parker — met een zuurgraad die de wijn rechtop houdt en tannines die eerder fijn dan machtig zijn. De afdronk is zuiver en middellang. Open hem een uur van tevoren; hij heeft die tijd echt nodig. Rond 18 graden. Mooi bij gevogelte, paddenstoelen of een lichte wildschotel.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Brunello wordt hier traditioneel gemaakt: een spontane vergisting van ruim veertig dagen op eigen wilde gisten, zonder temperatuurbeheersing, gevolgd door ruim drie jaar in botti van 30 en 50 hectoliter Slavonisch eiken van Garbellotto. Ongefilterd.
De selectie gebeurt hier op sorteertafels, met de hand. "Wij zijn vier vrouwen die de druiven uitzoeken", zegt Gigliola Giannetti. In een jaar als 2014 telt dat dubbel.