De nieuwe oogst, en meteen de meest sprekende in jaren. Rijpe kers en aardbei, gedroogde kruiden en gemalen steen, met een frisheid die de wijn rechtop houdt. Vinous noemt hem een baby-Brunello.
Helder robijnrood met paarse weerschijn. De neus is jong en open: kers en wilde bosbes, viooltjes, en daarachter mediterrane kruiden en een spoor van leer. In de mond is de wijn sappig en verrassend geconcentreerd voor een Rosso, met fijne tannines die de structuur geven zonder te knijpen, en een levendige zuurgraad die alles bij elkaar houdt. De afdronk loopt lang uit op rood bosfruit en gemalen steen, met opnieuw die kruidige, bijna balsamieke ondertoon. Nu al te drinken, maar met een bewaarpotentieel tot ruim voorbij 2035, en de eerste jaren zal het fruit alleen maar ronder worden. Schenken rond 16 graden bij pasta met ragù, gegrild lam of gerijpte pecorino.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Rosso is hier geen bijproduct. Bijna de helft van de Brunello-productie wordt gedeclasseerd tot Rosso: dezelfde wijngaarden, dezelfde wilde gisten, dezelfde veertig dagen gisting — alleen twaalf maanden op de grote Slavonische foeders in plaats van bijna vier jaar. Ongefilterd, zoals alles hier.
2024 kreeg vier van de vijf sterren van het Consorzio. Voor deze wijn was het een jaar dat vooral geur en spanning gaf.