Vijf liter, ruim zes en een halve fles onder één kurk, uit het vijfsterrenjaar 2019. Het grootste formaat dat het huis van deze wijn heeft gemaakt, en wij hebben er één.
Diep robijnrood met granaatrode randen. De neus geeft kers en klein rood bosfruit, drop en specerijen, met wilde bloemen en hartige kruiden daarachter. In de mond heeft de wijn meer gewicht en concentratie dan een Rosso doorgaans draagt: verfijnd bij de aanzet, vol en zacht in het midden, met tannines die naar fluweel neigen. Uit vijf liter is alles nog jong — het fruit staat vooraan, de structuur houdt zich duidelijk in. Dit formaat vraagt om jaren, of anders om een karaf en een halve dag geduld. Schenk hem rond 17 graden, bij een tafel die er werkelijk iets van maakt.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
De Rosso is hier geen bijproduct. Bijna de helft van de Brunello-productie wordt gedeclasseerd tot Rosso: dezelfde wijngaarden, dezelfde wilde gisten, dezelfde veertig dagen gisting — alleen twaalf maanden op de grote Slavonische foeders in plaats van bijna vier jaar. Ongefilterd, zoals alles hier.
Vijf hectare, 35.000 flessen per jaar, en daarvan een handvol in dit formaat. Zeldzamer wordt een Rosso di Montalcino niet.