Een jaargang die om vakmanschap vroeg: een lang en nat voorjaar kostte vijftien procent van de oogst, maar wat overbleef was volrijp. Diep robijnrood, rijp rood fruit, stevig en toch in balans.
Intens robijnrood, dieper van kleur dan de meeste jaargangen, en dat kondigt de rijkdom van de geur al aan. De neus geeft een bouquet van rijp rood fruit: kers, pruim en aardbei, met een kruidige ondertoon. In de mond toont de wijn een robuuste maar evenwichtige structuur, met zachte, goed geïntegreerde tannines en een frisheid die de rijpheid in toom houdt. De afdronk is warm en aanhoudend, met opnieuw dat rijpe kersenfruit en een lichte kruidnagelkant. Een Sangiovese die zich nu al genereus geeft, maar die de eerstvolgende jaren zonder moeite doorkomt. Hij voelt zich thuis bij stevigere gerechten: ossobuco, wildragout, gegrilde worst of een rijpere pecorino. Schenken rond 16 tot 17 graden.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
Vanaf de eerste oogst werkt het huis uitsluitend met wilde gisten. Geen folklore maar een risico: zo'n gisting kan stilvallen voordat hij voltooid is. Oenologe Roberta Tiberi houdt hem op koers — het is hier in alles vrouwenwerk — en juist die gisten geven de wijnen hun extra laag.
In een nat en ziektegevoelig jaar als 2023 was de hoogte van de wijngaarden — tot 507 meter — geen luxe maar redding. Die hield de druiven gezond waar lager gelegen percelen het aflegden.