De oudste van de vier en daarmee de meest ontspannen: rijpe kers en rode bes, een aardse kruidigheid en zachte tannines. Een Sangiovese die nu precies op zijn plek staat.
Robijnrood met de eerste granaatrode weerschijn aan de rand. De neus is open en uitnodigend: rijpe kers en rode bes, daarachter een aardse kruidigheid, gedroogde bloemen en een spoor van leer dat de fleslering verraadt. In de mond is de wijn soepel en toegankelijk, met sappig rood fruit en tannines die volledig zijn opgegaan in het geheel. De frisheid zit er nog onmiskenbaar in en houdt de afdronk levendig en middellang. Drink hem nu — hij vraagt niet om geduld. Wat hem onderscheidt van een doorsnee Sangiovese is de spanning die de hoogte van de wijngaarden meegaf, en die na vier jaar nog altijd voelbaar is. Mooi bij salumi, pappa al pomodoro, gevulde paprika of gewoon bij een schaal pasta.
In Montalcino noemen grootouders hun kleindochters potazzine, naar de kleine, kleurige vogeltjes van het Toscaanse land. Zo noemde oma de dochters van eigenaresse Gigliola Giannetti, Viola en Sofia — en het domein groeide met hen mee: Viola werd geboren in 1993, het oprichtingsjaar, en bij Sofia's komst in 1996 kwamen er twee hectare bij, tot de vijf van vandaag.
Vanaf de eerste oogst werkt het huis uitsluitend met wilde gisten. Geen folklore maar een risico: zo'n gisting kan stilvallen voordat hij voltooid is. Oenologe Roberta Tiberi houdt hem op koers — het is hier in alles vrouwenwerk — en juist die gisten geven de wijnen hun extra laag.
Met 35.000 flessen per jaar is Le Potazzine klein in aantal. In kwaliteit hoort het domein bij de top van Montalcino, en deze Sangiovese laat dat zonder enige opsmuk horen.